Een bijna perfecte looptechniek van RunAndreaRun

Het is nog niet vaak voorgekomen dat ik bij een looptechniek analyse tot de conclusie kwam dat er weinig meer te verbeteren valt. 14 februari heb ik echter een heel enthousiaste loopster, Andrea, gefilmd waarvan de looptechniek analyse op bijna alle punten zeer goed scoort.

Toen ik mijn apparatuur aan het opstellen was en Andrea over de baan langs kwam lopen kon ik al horen dat hier een loopster aankwam met een potentieel goede techniek. Vaak hoor je bij lopers trage ploffen, maar Andrea liep langs met een lekker snel tik geluid. Meteen daarna viel me de mooie voorvoet landing op.

Wat maakt dat haar techniek verder nog zo goed scoort?

Beeld bij voet los

Uit het film beeld genomen op het moment dat de voet van het standbeen los komt van de grond zie je dat Andrea een grote heup extensie (hoek van het bovenbeen achter en de rug) heeft. Verder is haar achterbeen zo goed als recht op dit moment in de loopfase. Dit zie je ook bij de elite lopers (zie bijvoorbeeld het filmpje van de kopgroep in de Tilburg Ten Miles).

Andrea landt verder vlak voor haar lichaam en gebruikt vooral de spieren aan de achterkant (hamstrings en bilspieren) bij het lopen. Dit blijkt ook uit de denkbeeldige slinger (zie plaatje) die de benen vormen net voor de landing en bij voet los (op het moment van het filmbeeldje hier). Bij Andrea is deze slinger vooral aan de achterzijde van het lichaam. Of wel de hoek tussen de as door het lichaam en het achterbeen bij voet los is groter dan de hoek tussen de as door het lichaam en het voorbeen net voor de landing. Bij veel lopers zie je juist dat de hoek aan de voorzijde groter is dan de achterzijde (de slinger bevindt zich aan de voorzijde).

De denkbeeldige slingerBij deze lopers worden vooral de quadriceps gebruikt en ze landen op de hak. Meestal kun je bij goed getrainde lopers al aan bovenbenen en billen zien hoe iemand loopt: smalle bovenbenen en nauwelijks billen kenmerkt de quadriceps loper met de haklanding.

 

Daarnaast is aan de foto te zien dat Andrea’s armbeweging gericht is in de looprichting en fel naar achter, nog een kenmerk van goede looptechniek.

Uit de kwantitatieve analyse bleek dat Andrea zeer goed scoort op pasfrequentie, contacttijd, hoek van het scheenbeen bij de landing, duur van de achterzwaai.

Maar meestal komen de meeste aandachtspunten bij het analyseren van de filmpjes van de voor en achterkant. Tot mijn verrassing liep Andrea ook nog eens met een voldoende breed spoor, terwijl ik bij de meeste lopers tot nu toe nog gevonden heb dat ze op een denkbeeldige lijn midden onder het lichaam lopen. Als je op de middenlijn loopt (zoals in extreme mate mannequins doen), dan ben je minder efficiënt en heb je meer risico’s op blessures: je been moet dan wel scheef gaan staan om de hoek te kunnen maken tussen middenlijn en heup, wat een grotere belasting op spieren geeft en een grotere knik in de enkels (pronatie). Maar Andrea slaagt er in om de middellijn als het ware breed te houden (breed spoor), voor mij een bevestiging dat ze haar abductoren en bilspieren al aan het werk heeft voor de landing.

bekken stabiel en inzakkend

schematische loper met stabiel bekken (links) en inzakkend bekken aan de kant van het zwaaibeen (rechts) & een onderbeen wat naar de middellijn gericht is

Ook blijft het bekken bij Andrea redelijk recht, terwijl bij veel lopers dit naar beneden zakt aan de kant van het zwaaibeen. Dit duidt er op haar core-stability in orde is en dat ze waarschijnlijk aan krachttraining doet. Core-stability is vaak onder de maat bij veel lopers en is relatief makkelijk te verbeteren met de juiste krachttraining.

voorzijde stand links

 

Andrea voor stand rechtsHet enige aandachtspuntje voor Andrea kwam naar voren bij het vergelijken van de standfase tussen links en rechts. Uit de beelden is te zien dat Andrea in stand op linkerbeen het bovenlichaam naar buiten laat hellen en dit in stand op rechterbeen niet doet. De verklaring ligt waarschijnlijk in iets van scheefstand van haar bekken waarvoor zij in behandeling is. Ook verschil in sterkte van hamstrings/ abductoren / bilspieren tussen links en rechts kunnen een rol spelen. Om dit goed te onderzoeken is het raadzaam om een specialist op dit gebied te raadplegen.

Kortom, in de gehele analyse scoort Andrea goed tot zeer goed op 4 van de 5 aspecten waar ik altijd naar kijk: compactheid, efficiëntie, synchroniciteit en stabiliteit met een voldoende voor symmetrie vanwege met name het aandachtspunt met betrekking tot het naar buiten hellen bij stand op linkerbeen.

Hieronder nog een stukje film vanaf de zijkant in slow motion:

[video width=”1280″ height=”720″ mp4=”http://www.runnovator.nl/wp-content/uploads/snapshot-Andrea-1500m-slow-motion.mp4″][/video]