Waar ik aan werk om sneller te worden

Op Facebook had ik al aangekondigd dat ik zou beschrijven aan wat voor veranderingen in mijn looptechniek wordt gewerkt.

Toen ik in het voorjaar een scheenbeenfractuur blessure opliep was duidelijk dat er iets fundamenteels moest veranderen in mijn looptechniek: mijn rechterbeen proneert terwijl het linkerbeen dit niet doet.

In eerste instantie ben ik aan de slag gegaan om de abductoren en bilspieren te versterken met krachttraining om te zorgen dat ik mijn voeten wat verder uit elkaar ga zetten bij de landing (op een breder spoor lopen), zie ook het ebook Running Technique van Brian Martin waar dit uitvoerig beschreven wordt.

Daarnaast bleek uit een voet tot heup analyse van Maud van Dongen (http://www.oefentherapiecesar-tilburg.nl/) en een looptechniek analyse op mezelf losgelaten, dat er asymmetrie is in hoe mijn linker en rechterbeen bewegen. [Weer een mooi voorbeeld van hoe andere partijen, in dit geval Maud lopers weer verder kunnen helpen als in de looptechniek analyse een afwijking geconstateerd wordt] Een andere observatie was dat mijn heupextensie (hoever je bovenbeen naar achter gaat) nogal klein leek.

Anatomy for Runners

Geïnspireerd door het boek Anatomy for Runners van Jay Dicarry en beelden van elite-lopers realiseerde ik me dat naast de oefeningen die ik van Maud gekregen had om oa de linkerlies aan te pakken ik veel meer met de bilspieren moet lopen, heupextensie groter maken en zorgen dat de landing nog dichter naar het lichaam is. Ofwel de denkbeeldige slinger (gevormd door de hoek van de benen net voor de landing en de hoek bij voet los) van je benen naar achter verplaatsen. Het focussen om je bilspier als het ware aan te zetten voor de landing en zorgen dat je voeten nog dichter onder je zwaartepunt landen en je meer heupextensie maakt heeft als bijkomend effect dat de verticale verplaatsing minder wordt, er gaat meer energie in de voorwaartse beweging zitten. Mijn verticale verplaatsing was best groot, op sprintjes stuiterde ik als het ware over de baan. En dat helpt natuurlijk niet bij het tegengaan van een scheenbeenfractuur.

Door op deze manier te lopen merk ik dat mijn snelheid in duurloopjes significant is toegekomen, maar de rest van mijn lijf moet duidelijk nog wennen aan de toegenomen ‘motorpower’. En de echte test komt natuurlijk over een tijdje als er weer een wedstrijdje gelopen wordt.

Wordt vervolgt….

Update 30 dec:

De vraag die me natuurlijk bezig hield was waardoor ik te weinig heupextensie gebruik(te) en mijn benen te snel hoog opzwaaide. Een van de eerste looptechniek veranderingen waar ik jaren geleden mee begon was de zogenaamde POSE techniek. POSE gaat er van uit je moet hardlopen door de door de voet van het standbeen omhoog te tillen en de voet van het zwaaibeen door de zwaartekracht te latten vallen en juist niet af te zetten. De POSE techniek heeft me zeker geholpen bij de omschakeling naar voorvoet / midvoet landing. Maar uit recent onderzoek blijkt dat omschakeling naar de Pose techniek tot meer zuurstofgebruik en minder snelheid leidde omdat er minder kracht gaat zitten in de voorwaartse beweging [zie Running Science, blz 57-59]. Voordeel van de POSE techniek is wel dat er minder op en neer bewogen wordt wat een positief effect kan hebben op het voorkomen van blessures. Maar nu is het tijd om voor nog meer snelheid te gaan !